Ondanks de vele aanpassingen die reeds zijn doorgevoerd aan de plannen voor de dorpszaal, deugen de plannen nog steeds niet.

Als de zaal gebouwd wordt zoals nu gepland, krijgen we een dure zaal die niet voldoet aan de reële noden. Bovendien wordt de historische pastorijtuin opgegeven voor deze dorpszaal terwijl er alternatieve locaties zijn.

Hieronder geven we een overzicht van 25 redenen waarom de plannen niet deugen. Ze kunnen inspiratie bieden bij het formuleren van eigen bezwaarschriften. Hoe je een eigen bezwaarschrift indient lees je hier.

OverHal heeft ook een modelbezwaarschrift opgesteld dat je kunt ondertekenen en indienen. Je vindt het hier.

LOCATIE

 

1. Een uniek dorpszicht verdwijnt

De drie historische dorpscentra van Zoersel hebben elk een kerk en een pastorij. Halle is echter het énige dorp waar een aansluitend geheel van pastorij, pastorijtuin en kerk bestaat. In de wijde omgeving van de Voorkempen is een dergelijk mooi behouden geheel zeer zeldzaam.

Het is een waardevol en kenmerkend dorpszicht, een “landmark” voor iedereen die Halle binnenkomt langs de openbare weg.

De gemeente heeft in de voorbije jaren grote inspanningen gedaan om historische zichten te herstellen en op te waarderen (de pastorijtuin in Zoersel-Dorp, de zichtassen in het kasteelpark van Halle); in diezelfde filosofie is het zeker zinvol, ja noodzakelijk, om dit behoud ook in dorpscentrum van Halle te voorzien.

2. Een groen ankerpunt verdwijnt

De huidige tendens inzake ruimtelijke ordening is een streven naar verdichting, met kleinere kavels, dichtere bewoning en meer bouwlagen. Dit kan volgens de Vlaamse Bouwmeester alleen werken als er voorzien wordt in groene recreatiepunten, harmonisch ingeplant in de woonomgeving.

De pastorijtuin kan worden ingericht en opengesteld als groen recreatiepunt.

Ook de school Pierenbos, die een gebrek heeft aan ruimte en groen, zou op deze unieke locatie op een veilige wijze didactische en recreatieve activiteiten in open lucht kunnen organiseren.

3. Alternatieve locaties werden nooit ernstig onderzocht

Er zijn verschillende alternatieve locaties mogelijk voor de dorpszaal: aan de villa Markey, de Lindedreef, enz. Deze werden ‘onderzocht’ door de gemeente, maar deze vergelijking bevatte meer dan 10 fouten, inconsequenties of niet bewezen aannames. OverHal toonde dit reeds aan op de gemeenteraad van november 2017. Het gemeentebestuur is hier nooit op ingegaan.

De uitgebreide argumentatie van OverHal vind je hier.

OMGEVINGSHINDER


4. Onduidelijkheid over het toekomstige gebruik

Over de uiteindelijke bestemming van de dorpszaal is er tot op heden nog geen duidelijke communicatie gevoerd naar – of overleg gevoerd met – de betrokken actoren (gebruikers): de naamgeving die voor de dorpszaal gebruikt werd in de voorbije periode varieert van ‘evenementenhal’, ‘socio-culturele zaal’, ‘fuifzaal’, ‘parochiezaal’, ‘dorpszaal’, ‘feestzaal, …

Finaal werd door het gemeentebestuur gesteld dat in de dorpszaal dezelfde activiteiten zouden kunnen doorgaan zoals in de huidige zaal Sint-Maarten.

Er werd echter geen gebruiksovereenkomst of -reglement opgemaakt, wat een essentiële voorwaarde is om te kunnen oordelen wat de mogelijke impact zal zijn. Zo lezen we in het dossier dat de zaal “een maximum-capaciteit van 600 personen (bij fuiven) heeft”… dat is met niemand van de gebruikers ooit besproken! Evenmin wordt aangegeven hoe geluidshinder naar de omgeving vermeden zal worden.

5. Te korte afstand tot de omwonenden

De afstand van de buitenwand van de zaal tot de dichtst bijstaande woning is minder dan 30 meter; er wordt evenwel expliciet een open terras voorzien, wat aanleiding geeft tot niet-gedempte muziek en gebruikerslawaai.

 

MOBILITEIT EN PARKEREN

 

6. De toegang tot de dorpszaal geeft rechtstreeks uit op de hoofdbaan

Alle ingaande en uitgaande bewegingen naar en van de dorpszaal gebeuren via de hoofdbaan: het leveren van goederen (catering), de aankomst van een trouwstoet, de toegang voor mensen met een beperkte mobiliteit, …

Er zijn echter geen begeleidende maatregelen voorzien om dit vlot en veilig te laten verlopen.

7. Onvoldoende parkeermogelijkheid

Uit de mobiliteitsstudie van Antea bleek dat bij toneelvoorstellingen de huidige parking aan zaal Sint-Maarten voor 140% (!) benut wordt en ook de parking aan de kerk volledig vol staat, net als de omliggende straten.

In de laatste versie van de plannen komen er geen bijkomende parkeerplaatsen. De beschikbare plaatsen aan de kerk zijn ruim onvoldoende om de extra voertuigen voor een zaal met 190 zitplaatsen op te vangen.

8. Geen parkeerplaatsen voor mindervaliden

Omdat men uitgaat van de bestaande parking aan de kerk en geen extra parkeerplaatsen voorziet, zijn er dus geen parkeerplaatsen voor mindervaliden in de directe omgeving van de dorpszaal.

9. Onvoldoende fietsenparkings

In de plannen is er geen uitbreiding van het aantal fietsparkeerplaatsen voorzien. Men gaat ervan uit dat het aantal fietsparkeerplaatsen aan de bushalte volstaat.

Dit is echter ruim onvoldoende voor een zaal van een dergelijke capaciteit. In de toelichtingsnota van de aannemer staat letterlijk dat uitgegaan wordt van een maximumcapaciteit van 600 (!) personen bij fuiven.

10. De huidige aanvraag behandelt de voorziene omgevingswerken niet

Het oorspronkelijke “masterplan” dat werd getoond in het kader van PPS Halle omvatte ook een aantal omgevingswerken: (her)inrichting van parkeerplaatsen aan kerk en langs Vogelzang, herinrichting van de parkeerplaatsen langsheen de hoofdweg Halle-Dorp, aanpassing van de bushalte, enz.

Er wordt nu een stukje van dit geheel in de huidige aanvraag opgenomen. Worden de toen bedoelde omgevingswerken uitgevoerd? Zo ja, welke? Hoe kunnen we het geheel beoordelen, als er slechts een deel wordt aangevraagd?

GEBRUIKSMOGELIJKHEDEN


11.
Te kleine keuken

De keuken is een stuk kleiner dan die van de bestaande zaal Sint-Maarten waar verenigingen en traiteurs nu al moeten werken met partytentjes om de ruimte te vergroten. Dit probleem wordt niet opgelost; het wordt groter. Bovendien is er amper werkruimte en berging voorzien en geen enkel raam. De draairichting van de buitendeur is ook niet praktisch, omdat gebruikers/traiteurs de deur in hun gezicht krijgen als ze naar binnen willen gaan.

Er is daarnaast geen aparte toegang voor leveranciers. Het is dus niet mogelijk om tijdens activiteiten leveringen te doen zonder de gebruikers te hinderen.

12. Te kleine bar

De bar is te klein voor een zaal van een dergelijke omvang en de doorgeef naar de zaal zelf is te beperkt.

De drankenkoeling is voor grote activiteiten ruim onvoldoende. Bovendien is er geen bergruimte voor bv. frisdranken vlakbij de bar, waardoor het aanvullen van de dranken nodeloos complex wordt voor de gebruikers. Zij moeten telkens via de goederenlift naar de ondergrondse drankenberging.

13. Geen vlotte, veilige doorstroming in de centrale foyer

De centrale foyer (18 m²) gelegen tussen de bar en de trappen naar de kelderverdieping zal bij activiteiten het drukste punt van de dorpszaal worden, met de meeste bedrijvigheid.

– aan de bar is naast de doorgeef naar de zaal ook een doorgeef voorzien naar de centrale foyer. Hier zullen dus mensen aanschuiven om dranken te bestellen.
– bezoekers die aankomen of even buiten gaan roken, moeten voorbij deze mensen passeren om hun jas weg te hangen in de berging
– wie helpt aan de bar, moet ook door de centrale foyer om extra dranken te halen in de kelder via de trap of de goederenlift, die ook uitkomen in de centrale foyer
– wie gebruik wil maken van het mindervalidetoilet moet ook de foyer volledig kruisen (vanuit de zaal gezien) en krijgt dan de deur in zijn gezicht omdat de draairichting ongelukkig is.
– rolstoelpatiënten die gebruik willen maken van het mindervalidetoilet kunnen geen draaibeweging maken voor de deur van het toilet omdat ze zo de deur van de keuken, van de berging en de doorgang van de toog hinderen.
– bezoekers die gebruik maken van de ondergrondse toiletten moeten ook door de foyer.
– wanneer extra tafels of stoelen geplaatst moeten worden, moeten ook deze via de foyer en de goederenlift gehaald moeten worden in de ondergrondse berging.

Dorpszaal niveau 0

Omdat er zoveel interne bewegingen zijn op dezelfde plaats, kan een vlotte, veilige doorgang niet gegarandeerd worden. 

14. Geluidsoverlast in de zaal

De zaal wordt uitgevoerd met muren en vloeren in zichtbaar beton (geen bepleistering, geen vloerbekleding), en met een zoldering in zware stalen profielen met een staalplaat. Er zijn geen maatregelen voorzien voor een goede akoestiek. De zaal wordt een hangar met geluidsweerkaatsing langs alle kanten!

15. De zaal kan niet verduisterd worden

Langs de oost- en westkant zijn hoge brede ramen voorzien, zonder vermelding van gordijnen of andere verduisteringsmogelijkheid. Er kan dus overdag en in de vroege avond geen toneel doorgaan.

16. Sanitair ondergronds

Met uitzondering van één mindervalidetoilet zijn alle wc’s ondergronds. Er is echter geen personenlift voorzien.

Gezien het soort activiteiten (bv. toneel, koffietafel) dat plaatsvindt in de zaal en de verenigingen die er gebruik van maken (bv. OKRA, Ziekenzorg) is dit onaanvaardbaar.

17. Bergruimte ondergronds

Omdat de bergruimte zich ondergronds bevindt, moeten tafels, stoelen, dranken, enz. telkens met de goederenlift verhuisd worden … heel onpraktisch voor gebruikers!

GROEN


18. Bomen verdwijnen

Er worden bomen gerooid voor het bouwrijp maken van het terrein. Bomen hebben een onvervangbare natuurwaarde: ze zorgen voor biodiversiteit, zuurstof, filtering van fijn stof, temperatuur- en vochtregulatie, landschappelijke grootsheid.

In een pastorijtuin zorgen zij in het bijzonder voor een sfeer van rust en ontspanning. Ze maken een wezenlijk onderdeel uit van het unieke dorpszicht, beschreven onder bezwaar 1.

19. Verlaging van het grondwaterniveau in de bouwfase

Er wordt een diepe en omvangrijke kelder voorzien; om deze te kunnen bouwen wordt een grondwaterverlaging voorzien, die nefast zal zijn voor de (na het bouwrijp malen van het terrein nog resterende) bomen op de site – maar ook in de wijde omgeving. Enerzijds strekt de invloed van een grondwaterverlaging in zandgrond zich relatief ver uit, anderzijds is de site gelegen op de hoogste zone van Halle, zodat het natuurlijke herstel van de grondwaterlaag na het stoppen van de pompen zeer traag zal gebeuren.

Er zijn dure technieken om een daling van de grondwatertafel te vermijden, maar deze zijn niet voorzien of gebudgetteerd.

20. Verstoring van het thermisch evenwicht in de exploitatiefase

Er wordt een “innovatieve technologie” gekozen voor het klimatiseren van de dorpszaal. Voor deze technologie is het onder meer nodig een ondergrondse “ijswater”-stockage te bouwen.

In het dossier wordt de milieu-impact hiervan NIET aangegeven, met name in welke mate van deze ondergrondse koude-opslag het thermisch evenwicht in de bodem beïnvloedt, in het bijzonder met betrekking tot de micro-organismen die het leven in de bodem bepalen.

21. Vermindering van de regenwaterinfiltratie

Er wordt een verharde oppervlakte en dakoppervlakte van samen 523 m² voorzien, op de plaats waar zich momenteel hoofdzakelijk een grasveld met bomen bevindt. De jaarlijkse infiltratie van regenwater op dit – in de toekomst verhard – terrein is bij gemiddelde regenval 400 m³; in het project wordt een regenwateropvang en een infiltratieput van 15 m³ voorzien, maar desondanks zal een belangrijke hoeveelheid regenwater wegvloeien naar de riolering en niet zorgen voor de natuurlijke aanvulling van het grondwater. Gezien de relatief hoge ligging van de site (ongeveer hoogste punt van Halle) is dit een belangrijke verstoring tegenover de huidige situatie.

FINANCIEEL


22. De zaal is te duur

De voorgestelde dorpszaal komt in de plaats van de zaal Sint-Maarten, die qua omvang voldoet voor de noden van de gebruikers. Een gelijkaardige nieuwe zaal, met een foyer eraan toegevoegd (zoals in het voorstel), gelijkvloers gebouwd, heeft een kostprijs (raming) van 1.044.000 euro incl. btw. De voorgestelde dorpszaal kost 30% meer. De kostprijs van een renovatie van de bestaande zaal Sint-Maarten ligt uiteraard nog een stuk lager dan een nieuwbouw.

23. Dure innovatieve klimatisatietechnologie

Daarbovenop komt nog een zeer dure klimatisatie: het door Europa en de Provincie deels subsidieerbare “Solarise”-project kost 415.000 euro, incl. btw. De gemeente moet daarvan afgerond 100.000 euro betalen (24% van de investering).

Een dorpszaal wordt echter niet continu gebruikt (voornamelijk in het weekend en af en toe in de week).

Er ontbreekt in het dossier een vergelijkende kosten-batenanalyse, waarbij de voorgestelde oplossing vergeleken wordt met een klassieke oplossing.

ERFGOED


24. E
rfgoed onherstelbaar beschadigd

De pastorij is een ontwerp van Eugeen Gife (Antwerpen, 14 november 1819 – Deurne, 19 mei 1890). Gife was een Belgisch architect en van 1854 tot 1869 provinciaal bouwmeester van de provincie Antwerpen. Van zijn hand zijn onder meer de (oude) pastorij van Brasschaat (nu horecazaak) en de (kleinere) pastorij van Viersel.

De pastorij van Halle vertoont (cfr. Erfgoedtoets, bezwaar 9) “door een rijkere uitwerking van de façade een meer monumentaal karakter”, en is een bijzondere getuige als (relatief) intacte grotere pastorij van architect Eugeen Gife.

Het besluit van Erfgoed Voorkempen, is duidelijk: “… adviseren we de nieuwe infrastructuur niet rechtstreeks te laten aansluiten op de linkerzijgevel. Mogelijk kan men de infrastructuur op een andere locatie losstaand in de pastorietuin oprichten, of leent een andere locatie zich beter voor dergelijke ingreep.”

In de pastorijtuin zelf werden historisch verschillende bijzondere bomen aangeplant, die in de tweede helft van vorige eeuw van een naamkaart werden voorzien als didactisch project; gelijktijdig werd een aanplanting van appelbomen van diverse variëteiten gerealiseerd.

ARCHITECTUUR


25. De voorgestelde architectuur sluit niet aan bij de pastorij/de kerk en de (private) zichten in het centrum

Het geheel van de kerk en de pastorij stralen een sterk negentiende-eeuwse, vroeg twintigste-eeuwse neoklassieke geest uit. De voorgestelde architectuur, met vlakke glaspartijen in de zijgevels, maar vooral met een voor- en achtergevel in grijze vezelcementplaten, sluit daar architectonisch helemaal niet bij aan.

De nieuwbouw van de laatste 30 jaar in het dorpscentrum – zelfs de meest recente private ontwikkelingen, zoals de hoek Halmolenweg/Halle-Dorp – besteden aandacht aan de gevel: geen vlakke gevelpartij, maar wel reliëf door verspringende verdiepingsterrassen, keuze van de gevelsteen of -kleur, …
Ook met deze dorpskenmerken spoort het voorgestelde ontwerp architecturaal op geen enkele manier.

Advertenties